achtergrondfiguurAlgemeen0202
logo_nip03
logo_waop03

NIEUWSBRIEF ARBEIDS- & ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
Jaargang 3 - nr. 4 - september 2005

A&O en Europees diploma voor psychologen

Door Robert A. Roe
Medio 2005 hebben het Europese Parlement en de EU-Raad hun goedkeuring gegeven aan een geheel nieuwe regeling voor de erkenning van beroepskwalificaties in de EU-lidstaten. Omdat voor het beroep van psycholoog tot dusverre geen Europese erkenning bestond, maakt de Europese Federatie van Psychologenverenigingen (EFPA) gebruik van de mogelijkheid om deze erkenning tot stand te brengen.

Door de nieuwe Europese regeling, die alle hogere beroepen bestrijkt, vervallen de aparte regelingen die in het verleden voor bijvoorbeeld artsen, architecten en advocaten zijn ontwikkeld. Nieuw is dat de professies zelf de mogelijkheid krijgen om te bepalen aan welke eisen de beroepsbeoefenaren moeten voldoen om voor erkenning in aanmerking te komen. Dit gebeurt door middel van een 'platform', in feite een pakket aan eisen, waarvoor Europese beroepsorganisaties een voorstel kunnen indienen en dat dan door de Europese Commissie wordt bekrachtigd.

EFPA heeft zich tot doel gesteld om via een 'platform voor de psychologie' een Europese erkenning van het beroep van psycholoog tot stand te brengen. Hierbij maakt EFPA gebruik van een pas gereedgekomen voorstel voor een Europees psychologiediploma dat door de General Assembly van EFPA in juli van dit jaar in Granada is aanvaard. Dit voorstel is ontwikkeld door een Europese projectgroep onder leiding van Ingrid Lunt (VK). Ook vanuit het NIP is aan deze projectgroep een bijdrage geleverd.

Dit Europees psychologiediploma, waarvoor de naam EuroPsy gekozen is, is een feite een bewijs dat een psycholoog is opgenomen in een openbaar register (Register of European Psychologists) dat via internet is te raadplegen. Het vormt een brevet van bekwaamheid dat wordt afgegeven voor een beperkte tijd, namelijk zeven jaar, en dat daarna verlengd moet worden. Om het diploma te verkrijgen moet men een academische opleiding in de psychologie gevolgd hebben met een omvang van ten minste vijf jaar (60 ECTS-studiepunten) en daarnaast een jaar onder supervisie hebben gewerkt. Ook gelden bepaalde eisen voor de inhoud van het curriculum. Verder moet men de beroepsethiek (de Meta-Code van EFPA) kennen en onderschrijven. Voor de verlenging gelden eisen voor kennisonderhoud (Continued Professional Education) en werkervaring. Voor meer informatie over het voorstel, dat allerlei praktische kwesties tot in detail regelt, kan men terecht op de website van EFPA. Een beknopte uitleg is ook te vinden in De Psycholoog van mei 2005 ('Het Europees diploma voor psychologen een stap dichterbij').

Met EuroPsy wordt beoogd een garantie van bekwaamheid af te geven aan degenen die gebruik maken van de diensten van psychologen, dus cliënten en werkgevers. Maar tegelijkertijd is een doel de mobiliteit van psychologen in Europa te vergroten. Dit is vanzelfsprekend ook voor A&O-psychologen van belang. Zij hebben, wellicht nog meer dan psychologen op andere deelterreinen van de psychologie, belang bij werken over de landsgrenzen heen.

Omdat Europese A&O-psychologen in het verleden al veel werk hebben verzet om de opleidingen in de diverse landen op elkaar af te stemmen en gemeenschappelijke bekwaamheidseisen te formuleren, komt EuroPsy voor hen niet echt als een verrassing. Het is al meer dan tien jaar geleden dat het European Curriculum in Work and Organizational Psychology. Reference Model & Minimal Requirements van het European Network of Organizational Psychologists (ENOP) het licht zag. Dit document heeft niet alleen een belangrijke rol gespeeld bij visitaties en curriculumontwikkeling, maar ook geholpen om de identiteit van de Europese A&O-psycholoog te versterken. Het heeft model gestaan voor het opleidingsmodel van EuroPsy, dat echter een veel bredere scope heeft en het gehele terrein van de psychologie bestrijkt.

EuroPsy gaat verder dan de opleiding van psychologen en geeft ook aan welke competenties psychologen moeten bezitten om hun werk goed te kunnen doen. Hoewel er een zekere mate van overeenkomst bestaat tussen de competenties die op de verschillende deelterreinen van de psychologie vereist zijn, zijn er ook verschillen. Wie competent is in de klinische psychologie is dat niet vanzelf ook in de A&O-psychologie en omgekeerd. Dit is de reden geweest om in EuroPsy een differentiatie aan te brengen. De bekwaamheid die met het diploma gegarandeerd wordt, geldt voor een deelgebied van de psychologie. Er zijn vier deelgebieden: arbeids- en organisatiepsychologie, gezondheids- en klinische psychologie, onderwijspsychologie en psychologie overig. Het deelgebied wordt op het diploma en in het register vermeld. Over deze differentatie hebben in de projectgroep die Europsy heeft ontwikkeld, heftige discussies plaats gevonden. Zij moet helpen voorkomen dat psychologen zonder voldoende kennis en bekwaamheid zich op A&O-gebied begeven. Differentiatie is overigens niet hetzelfde als specialisatie. Voor subterreinen van de A&O-psychologie, zoals arbeidsomstandigheden of organisatieverandering, zullen er wellicht in de toekomst specialistische diploma’s komen.

Voor het zover is, zal eerst EuroPsy van de grond moeten komen en dat is binnen Europa met zijn grote verscheidenheid in opleidingen, praktijken en regelingen al moeilijk genoeg. EFPA heeft besloten om de komende twee jaar uit te trekken voor een project waarin binnen een zestal landen (Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Finland, Hongarije, Italië en Spanje) met EuroPsy wordt geëxperimenteerd. De ervaringen zullen gedeeld worden met de andere landen, waaronder Nederland, zodat in 2007 ieder land klaar is om EuroPsy – binnen het nieuwe EU-kader – in te voeren.

Prof.dr. Robert A. Roe is verbonden aan het Departement Organisatie en Strategie van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Maastricht. Hij heeft namens het NIP deelgenomen aan de EuroPsy-projectgroep.

Wilt u reageren op de inhoud van dit artikel? Stuur dan een e-mail naar ao-items@psynip.nl. De redactie plaatst een selectie uit de reacties in de volgende nieuwsbrief.

Literatuur

  • Bartram, D. & Roe, R.A. (2005). Definition and assessment of competences in the context of the European Diploma in Psychology. European Psychologist, 10, 93-102.
  • ENOP (1995). European Curriculum in Work and Organizational psychology. Reference Model and Minimal Standards. Paris: ENOP/Maison des Sciences de l’Homme.
  • Lunt, I. (2002). A common framework for the training of psychologists in Europe. The European Psychologist, 7, 180-191.
  • Roe, R.A. (2005). Het Europees diploma voor psychologen een stap dichterbij. De Psycholoog, 40, 280-281.
  • Poortinga, Y.H. & Roe, R.A. (2002). Een Europees diploma in de psychologie. De Psycholoog, 37, 541-544.
  • Roe, R.A. (2002). What makes a competent psychologist? The European Psychologist 7, 192-203.
  • Roe, R.A., Coetsier, P., Levy Leboyer, Cl., Peiró, J.M. & Wil­pert, B. (1994). The teaching of Work and Organizational Psychology in Europe. Towards the develop­ment of a Reference Model. The European Work & Organizational Psychologist, 4, 355-365.
[AenO-items] [AenOsept2005] [AenOjuni2005] [AenOapril2005] [AenOsept2004] [AenOjuni2004] [AenOapril2004] [AenOfeb2004] [AenOnov2003] [AenOsept2003] [AenOjuni2003] [Colofon] [Kalender] [Boeken]