header

A&O-items november 2017

Vraagkunde

godfried_westen Godfried Westen
Oordelen staat in een kwade reuk. De bijbel spoort ons aan het op te schorten. Psychologisch onderzoek maakt ook duidelijk dat niet-oordelen verstandig is. Want ons oordeelsvermogen is behept met vele fouten. Zonder dat we ons daarvan erg bewust zijn. Als psychologen weten we dat als geen ander. Maar toch lijken ook wij verslaafd aan ‘klakkeloos oordelen’.

We doen het automatisch. Ik vraag me weleens af of er iets is van ons denken of zeggen, dat geen oordeel insluit. En dat terwijl wij als psychologen bij uitstek horen te weten dat het vaak onwenselijk is. En daarenboven ineffectief. Maar blijkbaar kunnen we jammer genoeg goed met die kennis leven.

Dat heet ‘cognitieve dissonantie’, een term bij veel lezers bekend, die de (lichte) spanning aanduidt die voortkomt uit tegenstrijdigheid tussen een bekend feit waarvan men zich bewust is en het eigen vertoonde gedrag. Deze spanning kan verminderd worden door gedrag aan te passen of het feit te negeren of bagatelliseren. Dat laatste gaat mensen over het geheel genomen makkelijker af. Veranderen van het eigen gedrag - in het onderhavige geval het opschorten van ons oordeel - kost aanzienlijk meer moeite. Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat opschorten van je oordeel veel voordelen heeft. Stel nou eens dat er een eenvoudige manier is om dat te doen?

Vragen
Opschorten van je oordeel kan inderdaad vrij eenvoudig. Namelijk door het oordeel te herformuleren als vraag. Een open vraag die maar één ding wil, namelijk een eerlijk antwoord. Geboren uit nieuwsgierigheid of leergierigheid. In ieder geval een vraag uit oprechte belangstelling. Wanneer heb je voor het laatst een vraag gesteld uit oprechte belangstelling aan een collega? Of een vraag om iets te leren van een collega? Zou je dat niet vaker willen doen? Of anders dan je gewoon bent om te gaan met een oordeel over een collega?

Stel je oordeelt negatief over het gedrag van een collega tijdens vergaderingen. Jij vindt dat die collega nogal eens voor zijn beurt praat en verbaal veel ruimte neemt ten koste van (de tijd voor) anderen. Hoe schort je in deze situatie dan je oordeel op? Niets doen is altijd een optie, maar stop dan wel met je te ergeren aan het gedrag van de collega. En merk maar eens hoe lastig dat is. Je kunt natuurlijk ook feedback geven volgens de regels der (bekend veronderstelde) kunst. Je oordeel kan je dan toch in de weg zitten en dat kan de toon waarop je die feedback geeft merkbaar beïnvloeden.

Herformuleren van je oordeel als vraag is dan een goed alternatief, bijvoorbeeld met: Neemt hij of zij werkelijk zoveel ruimte in? Dat schept afstand tot je oordeel. En biedt ruimte om andere vragen te bedenken. Die andere vragen kunnen dienen als opstapje naar een gesprek over het gedrag waar je negatief over oordeelt. Een paar mogelijkheden, meer of minder effectief:

  • ‘Denk je dat collega’s minder recht hebben op tijd van de beschikbare vergadertijd dan jij?’ Dit is natuurlijk geen open neutrale vraag. Het bevat een oordeel in de vorm van een bedekt verwijt. Dat werkt veelal niet erg goed.
  • Nog een poging: ‘Wat vind jij het doel van vergaderen?’ Neutraler maar niet erg rechtstreeks. Je komt zo wel in gesprek over de vergadering en ieders bijdrage.
  • Nog een paar alternatieven:
    • ‘Als je iets zou willen verbeteren aan je eigen bijdrage aan een goed verloop van de vergadering, wat zou dat dan zijn?’
    • ‘Denk je dat ik veel verbale ruimte inneem of voor mijn beurt praat?’
    • Of opener: ‘Wat zou ik kunnen verbeteren aan mijn vergaderstijl?’, gevolgd door ‘Is er ook iets wat jij zelf beter zou kunnen doen?’ Je leert dan ook of iemand zijn eigen gedrag net zo als jij ‘waardeert’.

Tot slot
Het voordeel van je oordeel vervangen door een vraag is dat je een gesprek over een lastig onderwerp neutraler en opener kunt beginnen. Vanuit het perspectief van de ander. Je hebt, denk ik, daarmee een grotere kans dat je geen defensief gedrag oproept bij je collega. Een vraag in je hoofd laat meer ruimte dan een oordeel, ook dat in de vorm van een antwoord.

Ook dat kan helpen de kwaliteit van ons oordeel te verbeteren. Daarmee sluit Vraagkunde aan op de serie over algoritmes die ik schreef voor A&O-items: mechanische oordeelsvorming met behulp van algoritmes kan een flinke toename in validiteit van ons oordeel bewerkstelligen.

Voor mij zelf geldt dat het een goed idee is om vaker betere vragen te stellen. Omdat ik geloof dat de wereld een betere plaats is om te leven wanneer meer mensen betere vragen stellen, schreef ik een boek over vraagkunde.

Aanvullende literatuur
Godfried Westen

Boek (2017)

Artikelen

beeldmerk_registerpsycholoog

Godfried Westen, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, publicist en eigenaar van adviesbureau School voor psychologie.

Reageren? Mail naar A&O-items.