algemeen
nip
       

NIEUWSBRIEF ARBEIDS- & ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
Jaargang 12 - nr. 5 - november 2014


De psycholoog voor de klas (9)

Monique Bekker
Als ik de columns en artikelen lees in A&O-items valt het mij op dat de inhoud zich vooral concentreert op medewerkers in de zakelijke sector. Er is echter ook een grote groep A&O/Sociaal psychologen die werkzaam is in de onderwijssector. Zij geven bijvoorbeeld lessen/trainingen psychologie in onderwijs- en gezondheidszorgopleidingen. Zelf ben ik een van deze psychologen. De psychologie beschikt over interessante onderzoeksresultaten die heel geschikt zijn om onderwijs/trainingen aan op te hangen.

Hoe geef je feedback op groepsniveau?

Hoe aantrekkelijk is het om groepslid te zijn? Als trainer of groepsbegeleider kun je hierin sturen door het geven van feedback op de mate van samenhang van de groepsleden en wat hun dat kan opleveren.

Veel feedback is gericht op groei van een individu. Toch is het zeker zo zinvol om groepsgedrag of subgroepgedrag te evalueren met behulp van feedback. Als groepsbegeleider of trainer kun je feedback geven op thema’s als de ontwikkeling van de groep, de mate van conformiteit en cohesie binnen de groep en de mate van samenwerking. We kunnen hier onderscheid maken in proces- en productevaluaties.

Het meten van effecten op de groei kan niet plaatsvinden zonder dat er doelen zijn vastgesteld. Interessant hierbij is of de groep doelen krijgt opgelegd of eigen doelen vaststelt. Een gewenst einddoel moet dus geformuleerd worden. Het behalen van dit doel kan ook met behulp van tussenfasen bereikt worden. Belangrijk is ook waar de oorzaken liggen van het wel/niet behalen van de groepsdoelen. Hebben deze een interne of een externe oorzaak?

Door het geven van groepsfeedback kunnen de groepsleden te hoge doelen bijstellen en zich gewaardeerd voelen wanneer eerder gestelde doelen bereikt zijn. Binnen groepen kunnen deelnemers de groep gebruiken om zichzelf te spiegelen aan anderen.

Zelfpresentatie
Een bekend aspect uit de sociale psychologie is de zogenaamde zelfpresentatie. Dit is het proces waardoor mensen de indrukken die anderen over hen vormen, proberen te beheersen en/of te beïnvloeden en doet zich voor wanneer mensen in groepen bijeen zijn. Doordat mensen zichzelf positief aan anderen presenteren, versterken zij hun eigen identiteit in de ogen van anderen.

We zien dit verschijnsel in vergaderingen en teambijeenkomsten, waarin sommige deelnemers zichzelf door een slimme opmerking of vriendelijke daad extra op de kaart zetten. De vergadering heeft dan voor die deelnemer een meerwaarde, naast alleen de inhoud. Zelfpresentatie vergroot zo iemands gevoel van (subjectief) welzijn.
Daarnaast kan zelfpresentatie ingezet worden om anderen te beïnvloeden jou aardiger te vinden, bijvoorbeeld het regelmatig eens zijn met belangrijke anderen, zoals de manager. Zo kunnen sociale en materiële uitkomsten vergroot worden, bijvoorbeeld meer aanzien of salaris.

Binnen een zelfpresentatie kun je bijzondere gedragingen tegenkomen: sociaal wenselijk gedrag (slijmen) om iets gedaan te krijgen versus extreem onafhankelijk gedrag (‘het kan me niet schelen wat iemand van mij denkt’) als je een persoon feedback geeft op zijn gedrag in de groep. In het eerste geval kom je er niet achter wat mensen echt willen, in het tweede geval kun je je afvragen of dit echt waar is en of het handig is dat iemand zich zo opstelt.
Beide zelfpresentaties zijn voorbeelden van dysfunctioneel groepsgedrag. Men doorbreekt namelijk de cohesie binnen de groep. De groep kan als eenheid in gevaar komen. Feedback op datgene wat je waarneemt en het effect hiervan op de groep kan deze processen doorbreken.

Heterogeniteit
Is het wenselijk dat onze groepen heterogeen zijn, of moeten wij als groepsbegeleider en trainer zoveel mogelijk streven naar homogene groepen, bijvoorbeeld bij opdrachten in subgroepen?

Groepsleden zullen zich het prettigst voelen in een homogene groep. In een onderzoek naar zelfconcepten werd aangetoond dat mensen een voorkeur hebben voor personen die wat betreft hun persoonskenmerken ongeveer gelijk aan henzelf zijn. Op die manier kunnen zij hun zelfconcept in stand houden. Wanneer zij in groepen verkeren die te veel heterogeen zijn, kan dit bedreigend zijn voor het zelfconcept, omdat het voelt alsof iemand zijn gedrag moet veranderen. Dit gegeven kan een belangrijke rol spelen wanneer groepsleden in subgroepen aan het werk gaan.
Het vasthouden aan het zelfconcept kan echter variëren binnen situaties maar ook binnen veranderende levensfasen. Zo kan iemand die niet zo punctueel is, in een groep met nauwgezette mensen, zich wat zorgvuldiger opstellen.
Door het effect van samenwerken in homo-of heterogene groepen te benoemen kan de trainer groepsleden veiligheid bieden of juist uitdaging creëren. De groep biedt hier een ideale leeromgeving.

Hoe houden groepsleden in heterogene groepen hun positieve zelfconcept in stand? Ze worden hier immers blootgesteld aan allerlei groepsleden die anders zijn dan zij. Om zo veel mogelijk een positief zelfconcept te handhaven, kun je verschillende processen toepassen. Een van deze processen is het zogenoemde zelf handicappen: je stelt extra hoge eisen aan jezelf wanneer je een prestatie moet leveren. Wanneer deze prestatie dan niet lukt, hoef je dit niet aan jezelf te wijten; wanneer de prestatie wel lukt, kun je de bijzonder goede vaardigheden wel aan jezelf toeschrijven. We zien dit bijvoorbeeld als groepsleden een presentatie moeten geven en van tevoren aangeven dat ze slecht geslapen hebben.

Het belonende effect van groepen
Het ligt voor de hand dat wij ons het prettigst voelen bij groepen die ons iets te bieden hebben. Hoewel we er geen bezwaar tegen hebben iets terug te geven (een sociale uitwisseling), haken de meeste mensen af bij een relatie waarin de anderen alleen maar nemen. Dit verschijnsel noem je de reward theory; we geven meestal de voorkeur aan belonende relaties. Binnen de meeste goede relaties worden ‘voordelen’ uitgewisseld. Dit kunnen materiële bezittingen of geld zijn, maar het kan ook gaan om zaken als status, goedkeuring, hulp of emotionele steun. Mensen die wij aantrekkelijk en/of aardig vinden, zijn de mensen die ons het meeste voordeel opleveren tegen zo weinig mogelijk kosten. Aantrekkelijkheid werkt belonend.

Binnen de sociale psychologie worden vier belonende factoren onderscheiden als voorspeller om aantrekkingskracht te vergroten namelijk: nabijheid, gelijkenis, jezelf laten zien en fysieke aantrekkelijkheid. Wil je je groepsleden zich meer tot elkaar aangetrokken laten voelen, dan kun je daar enigszins in sturen.

  • Van nabijheid is bekend dat mensen over het algemeen vriendschap sluiten met diegene die veel in hun nabije omgeving verkeren. Als trainer speel ik altijd in op het maken van de keuze die iemand maakt bij binnenkomst. Sommige groepsleden sluiten aan, anderen laten juist tafels leeg tussen zichzelf en de overige groepsleden. Ik geef hierbij aan dat meer contact de groepsrelaties kan versterken, want bij betere groepsrelaties wordt beter geleerd. Bij volwassenen laat ik mensen meestal zelf de keuze; bij jongeren ben ik geneigd om de groepjes soms in te delen, afhankelijk van het doel wat ik met de groep voor ogen heb.
  • Het op zoek gaan naar gelijkenissen is al eerder besproken. Gelijkenis maakt iemand anders ook aantrekkelijker.
  • Nodig groepsleden vooral uit om open te zijn. Meer van jezelf laten zien vergroot de aantrekkingskracht tussen mensen. Personen die persoonlijke informatie uitwisselen en elkaar persoonlijke details vertellen voelen zich meer met elkaar verbonden en schenken elkaar vertrouwen.
  • Tot slot de fysieke aantrekkelijkheid. Hoewel de meeste mensen er niet voor uit willen komen dat zij anderen vooral op uiterlijk beoordelen, tonen diverse onderzoeken aan dat dit toch veel gebeurt. Gelukkig - voor de meesten - blijkt dat met aantrekkelijkheid hier een gemiddelde vorm en omvang van aantrekkelijkheid wordt bedoeld. Opvallend genoeg worden aan extreem mooie mensen namelijk ook eigenschappen als ijdelheid en materialisme toegeschreven. In tegenstelling tot wat men zou verwachten, worden groepsleden met een uitermate positief zelfbeeld niet al te vaak benaderd door anderen. De angst door deze competente personen te worden afgewezen is (te) groot en leidt tot het nemen van afstand. Ga er dus niet van uit dat zeer aantrekkelijke groepsleden altijd het middelpunt van de groep zijn.

Door na te denken over hoe aantrekkelijk groepsleden voor elkaar kunnen zijn en met de groep doelen te stellen over de mate waarin dit plaatsvindt, kun je de groep helpen om optimaal van elkaars aanwezigheid te genieten, waardoor er voor iedereen een prettige leeromgeving is.

De psycholoog voor de klas (1)
De psycholoog voor de klas (2)
De psycholoog voor de klas (3)

De psycholoog voor de klas (4)
De psycholoog voor de klas (5)
De psycholoog voor de klas (6)
De psycholoog voor de klas (7)
De psycholoog voor de klas (8)

Monique Bekker, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, docent/trainer in groepsdynamica bij BOC Onderwijsadvies en auteur van de boeken 'Leuker Lesgeven' en 'Focus op Groepsdynamica'.

Reageren? Mail naar A&O-items.