algemeen
nip
waop
       

NIEUWSBRIEF ARBEIDS- & ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
Jaargang 7 - nr. 3 - juni 2009


Moegetraind

Martine Verkuilen
Als het gaat om het ontwikkelen van medewerkers, ligt een training al snel voor de hand. Het effect van een training staat of valt met de opvolging die eraan gegeven wordt in de dagelijkse praktijk. Motivatie en inzet van de deelnemer, maar ook de ondersteuning van het management of de leidinggevende, spelen hierbij een sleutelrol. Het niet borgen van een training zorgt op termijn voor een herhaling van zetten, zonder effect. Zo raken medewerkers ‘moegetraind’.

Het begin van een trainingsdag. De groep druppelt binnen, de achterste plekken worden het eerst bezet in afwachting van wat er gebeuren gaat: staan we in de spotlights vandaag? Non-verbaal is meteen duidelijk wie zich daar wel en niet prettig bij voelt. De laatste staat nog op de gang voor dat o zo belangrijke telefoontje! ‘Ja, hij komt er echt aan, geef ‘m nog een minuutje.’ Net iets te hard slaat hij de deur dicht. Excuus aan de hele groep, maar een van z’n mensen had hem toch echt iets heel belangrijks te vragen.
 
Mijn collega en ik schudden iedereen de hand, en na een korte kennismaking kunnen we beginnen. Vol bravoure opent de dame linksvoor met: ‘Ons team heeft al talloze heisessies gehad. We hebben de stevige schoenen maar weer aangedaan, want u bent ook vast van plan om een buitenactiviteit te doen.’ Tijdens de intake waren we al gewaarschuwd door de directeur: ‘Ze zijn een beetje moegetraind...’

De ochtend vordert en voordat we (inderdaad) naar buiten gaan, hebben we het over de verschillende rollen die binnen een team te onderscheiden vallen. ‘Belbin’ is onze theoretische hulp. De groepsactiviteit, het bouwen van een klimrek met palen en touwen, moet inzichtelijk maken hoe de rolverdeling eruitziet. Op weg naar buiten blijken de rollen echter al verdeeld. Jaap geeft aan dat hij, als leider van de teamvergaderingen, als gebruikelijk de voorzittersrol op zich neemt. Erik, die van het telefoontje, vindt zichzelf een echte bedrijfsman, overzicht bewaren is dagelijkse kost voor hem, zo laat hij weten. Naar de instructie wordt maar half geluisterd.
 
Al gauw gaat men aan de slag. Erik biedt de helpende hand aan Lies, die zich niet goed meer kan herinneren hoe het ook alweer moest met die knopen. Samen verliezen ze zich in de puzzel. Voorzitter Jaap loopt rond en controleert het werk van de anderen. Anja reageert geïrriteerd op zijn suggesties: ‘Doe het zelf, als je het allemaal zo goed weet.’ De anderen negeren zijn opmerkingen. ‘Hebben we er nog een beetje lol in?’, roept Mieke enthousiast, in een poging de sfeer wat op te krikken. Frits onderbreekt waar hij mee bezig is en vraagt zich hardop af of er ook iemand op de tijd let.

Onze samenwerking verloopt in de praktijk veel beter hoor’, probeert iemand mij in de nabespreking gerust te stellen. ‘Met zo’n opdracht wordt je er gewoon ingeluisd’, verdedigt Jaap zich als hij wordt gewezen op het gebrek aan acceptatie voor zijn leiding. Anderen zien het verband niet tussen een simpel klimrek en de enorme zakelijke uitdagingen waar ze in het echte werk voor staan. ‘Wat heeft het nu voor zin, zo’n klimrek bouwen. Met moeite hebben we deze dag vrij van afspraken gehouden en dan zitten we hier op een krukje in een weiland.’
 
‘Moegetraind’. De term van de directeur schiet weer door mijn hoofd. Moegetraind, maar tegelijkertijd nog zoveel te ontwikkelen als team en individu. In talloze heisessies hebben ze geleerd raadsels op te lossen, een gps-speurtocht te lopen en ergens in het achterhoofd is ook nog een beetje theorie blijven hangen. Tot een verandering heeft het echter niet geleid. Werkdruk en zakelijke afspraken waren prima excuses om het geleerde niet te hoeven toepassen. Of zoals Erik het omschrijft: ‘In de hectiek van alledag komen we helemaal niet toe aan samenwerken.’ ‘Zullen we dan maar door naar de volgende opdracht, des te eerder zijn we klaar vandaag’, stelt Anja voor. Haar veranderbereidheid is inmiddels tot beneden het vriespunt gedaald. De scepsis overheerst duidelijk en belemmert hen om naar zichzelf en het groepsproces te kijken.

Ik denk terug aan mijn eigen kennismaking met trainingen. Groningen, studie psychologie. In een college groepsdynamica vertelde de professor over zijn werk als trainer. Zijn trainingsbureau op de Veluwe ontving managers en hij schetste een beeld van een trainingsdag: ‘Er werd gelachen, gehuild, ze maakten echt contact met elkaar en ervoeren de stilte in kleermakerszit.’ Ik uitte mijn scepsis naar mijn buurvrouw in de collegebanken: ‘Soft gedoe, geitenwollensokkenbende’. We zaten duidelijk op een lijn, want zij verwoordde mijn gedachten door te zeggen dat ze niet snapte dat we daar nu vier jaar voor moesten studeren.
 
Terug in het weiland, een half afgebouwd klimrek op de achtergrond en een groep deelnemers-in-volle-weerstand om ons heen. We besluiten tot een serie vragen en acties die tot voor kort door mijn eigen nuchtere, rationele kant sceptisch werden bekeken. Plotseling hebben we het over gevoel, emoties en besteden we de rest van de dag aan echt contact maken met elkaar.

‘Hoe was het?’, de stem van de directeur klinkt door de luidspreker van mijn carkit. Of ze zich een beetje gedragen hebben, wil hij weten. Mijn collega en ik vatten de dag voor hem samen en geven hem aan dat voor een blijvend effect van deze training in de dagelijkse praktijk, de bal nu bij hem ligt. Dat hij z’n mensen zal moeten blijven prikkelen tot samenwerken, gevoelens uiten, feedback geven. ‘O’, klinkt het terughoudend door de speaker, ‘nou, ik verwacht niet dat daar veel tijd voor is. We zitten momenteel volop in de business en ook het najaar belooft goed druk te worden.’

Ik zucht en mijn commerciële drive overweegt om hem een training coachend leiderschap aan te bieden. Of zou hij ook moegetraind zijn?

Martine Verkuilen is bedrijfspsycholoog bij Ranger Human Capital.

Reageren? Mail naar A&O-items.