header

A&O-items februari 2017
MASTERTHESIS

What buffers work-home interference? A study on the influence of job autonomy and personal autonomy


Suzanne van der Wees
onderzocht of en hoe de werkeisen, autonomie op het werk, persoonlijke autonomie en het wel of niet gebruikmaken van flexibele werkregelingen de werk-thuis interferentie beïnvloeden.

In de hedendaagse, vlotte 24-uurs maatschappij is de grens tussen werk en privé niet meer zo scherp als traditioneel gezien het geval was. Het gescheiden houden van deze twee rollen – of een balans vinden – is voor velen een uitdaging, omdat mensen vaak niet op de gewenste manier met de eisen en verantwoordelijkheden die de rollen aan hen stellen om kunnen gaan.

Ik heb onderzocht of en hoe de werkeisen, autonomie op het werk, persoonlijke autonomie en het wel of niet gebruikmaken van flexibele werkregelingen de werk-thuis interferentie beïnvloeden. Werk-thuis interferentie (WTI) is in mijn onderzoek opgevat als de negatieve invloed die werk op de privésituatie had.

Constructen

Werkeisen en werkbronnen
Van de hoogte van de werkeisen en de aanwezigheid van energiebronnen (zoals autonomie op het werk) is gebleken dat ze een belangrijke rol spelen bij het wel of niet ervaren van WTI (Schaufeli & Taris, 2013). Mensen aan wie  het werk hoge eisen stelt, maar die niet genoeg ruimte hebben dit naargelang uit te voeren, hebben – naast een lager werkgerelateerd welzijn – o.a. een hogere kans om een burn-out te krijgen, emotioneel uitgeput te raken, minder vitaal te zijn en meer WTI te ervaren (Bakker & Demerouti, 2007; Bakker et al., 2011).

Flexibele werkregelingen
Flexibele werkregelingen (zoals flextijden en telwerken) zijn opgekomen door het toenemende aantal tweeverdieners. Of die wel of niet gebruikt worden hangt af van het individu en diens situatie. Zo is het voor tweeverdieners met kinderen vaak een noodzakelijkheid enige flexibiliteit in hun werk te hebben om de verschillende rollen te kunnen combineren, en voor anderen een bron van stress omdat het de grens tussen werk en privé vervaagt (ten Brummelhuis et al., 2012).

Persoonlijke autonomie
Persoonlijke autonomie is in essentie het beschikken over zelfkennis en zelfbewustzijn, en het handelen naar eigen waarden, opvattingen, gevoelens, verlangens en doelen (Ryan & Deci, 2004). Uit onderzoek is gebleken dat persoonlijke hulpbronnen (zoals optimisme en stressbestendigheid) direct verbonden zijn aan het ervaren van stress en het welzijn van een persoon. Persoonlijke autonomie is in de Arbeid- en Gezondheidspsychologie niet eerder als persoonlijke hulpbron onderzocht, en daarom heb ik in mijn onderzoek gepoogd de rol ervan in relatie tot het ervaren van WTI in kaart te brengen.

Daartoe heb ik gekeken naar de invloed van autonomie op het werk en van persoonlijke autonomie op het ervaren van WTI, en welke rol flexibele werkregelingen daarin spelen.

Resultaten

In totaal hebben 194 werkende mensen de vragenlijst ingevuld die de werkeisen, autonomie op het werk, persoonlijke autonomie en WTI in kaart bracht. Gebleken is dat hoe hoger de werkeisen, hoe meer WTI. Daarnaast bleek autonomie op het werk significant gerelateerd te zijn aan WTI. Hoe hoger de autonomie op het werk, hoe lager de WTI. Van de flexibele werkregelingen was alleen telewerk significant gerelateerd aan WTI, en dit gold alleen voor mannen. Dus mannen die gebruik maken van telewerken ervaren minder WTI dan mannen die er geen gebruik van maken.
Persoonlijke autonomie bleek significant gerelateerd te zijn aan WTI. Hoe hoger de persoonlijke autonomie, hoe minder WTI ervaren werd.

Conclusie

Negatieve werk-thuis interferentie kan een bron van stress zijn. Juist daarom is het belangrijk te weten wat bijdraagt aan werk-thuis interferentie en werk-privé balans. In dit onderzoek heb ik gekeken of autonomie op het werk en persoonlijke autonomie de ervaren werk-thuis interferentie verlagen en of flexibele werkregelingen van invloed zijn.

Uit het onderzoek is gebleken dat werknemers met hoge werkeisen meer werk-thuis interferentie ervaren. Daarnaast bleek veel autonomie op het werk werk-thuis interferentie te verlagen en hetzelfde gold voor werknemers met veel persoonlijke autonomie. Van de flexibele werkregelingen verlaagde alleen telewerken de werk-thuis interferentie, en dit gold alleen voor mannen.

Praktische implicaties

De bevindingen van mijn onderzoek kunnen zowel voor de werknemer als de werkgever van praktisch belang zijn. De aanwezigheid van energiebronnen verlaagt de druk die werknemers ervaren in het werk en is daarmee van belang voor de gezondheid van werknemers, zeker wanneer de werkeisen hoog zijn.

Het zou dus raadzaam zijn om autonomie op het werk te stimuleren, wat werknemers beter in staat stelt met hoge werkeisen om te gaan. Trainingen gericht op het vergroten van persoonlijke autonomie zouden eveneens van positieve invloed zijn op de gezondheid en vitaliteit van werknemers. Zeker op de lange termijn kan dit veel effect hebben op zaken als ziekteverzuim, werktevredenheid en productiviteit. Bovendien zou het mensen in staat stellen in het dagelijks leven aan zelfsturing te doen en hun eigen (mentale) gezondheid te verbeteren.

Samengevat zijn het vergroten van autonomie op het werk en persoonlijke autonomie niet enkel gunstig in de werksfeer, maar heeft de maatschappij als geheel er baat bij, doordat mensen meer controle hebben over de eigen stressniveaus en gezondheid.

Literatuur

  • Bakker, A. B. & Demerouti, E. (2007). The job demands-resources model: State of the art. Journal of Managerial Psychology, 22, 309-328.
  • Bakker, A. B., Brummelhuis, L. L. ten, Prins, J. T. & Heijden, F. M. M. A. van der (2011). Applying the job demands-resources model to the work-home interface: A study among medical residents and their partners. Journal of Vocational Behavior, 79, 170-180.
  • Brummelhuis, L. L. ten, Bakker, A. B., Hetland, J. & Keulemans, L. (2012). Do new ways of working foster work engagement? Psicothema, 24, 113-120.
  • Ryan, R. M. & Deci, E. L. (2004). Autonomy Is No Illusion: Self-Determination Theory and the Emperical Study of Authenticity, Awareness, and Will. In J. Greenberg, S. L. Koole, T. Pyszczynski (eds), Handbook of Experimental Existential Psychology (pp. 449-479). New York, the United States of America: The Guilford Press.
  • Schaufeli, W. B. & Taris, T. (2013). Het Job Demands-Resources model: overzicht en kritische beschouwing. Gedrag & Organisatie, 26(2), 182-204.

Suzanne van der Wees is een groot voorstander van de preventie van stress en de aanpak van de Positieve Psychologie. Zij heeft samen met haar moeder een bedrijf dat seminars en trainingen geeft op het gebied van stressreductie en het vergroten van de stressbestendigheid..

Reageren? Mail naar A&O-items.