header

A&O-items februari 2017

Autonomie bij vrouwen en mannen verschillend


Foto: Mario Pakasi

Saskia de Bel en Suzanne van der Wees

"A&G-psychologen zijn bij uitstek geschikt om persoonlijke autonomie bij werkgevers onder de aandacht te brengen, in kaart te brengen en waar nodig te helpen verbeteren!"

De grotere sociale gevoeligheid voor anderen heeft ertoe geleid dat vrouwen vaak minder persoonlijke autonomie is toegeschreven. Dat is, zo blijkt, ten onrechte: vrouwen en mannen verschillen inderdaad in hun mate van gevoeligheid voor anderen (Taylor et al., 2000), maar over het geheel genomen zijn vrouwen en mannen even autonoom.

Er lijkt dus een verschil in type autonomie te bestaan tussen vrouwen en mannen, zonder dat we van meer of minder autonoom kunnen spreken. Dit bleek eerder al uit onderzoek van Bekker & Assen (2008) naar autonomie en dit wordt nu ook bevestigd door de resultaten uit ons onderzoek naar autonomie (Bel & Wees, 2017).

Persoonlijke autonomie
Een autonoom individu ziet zijn acties als zelf bepaald en gepland, niet van buitenaf opgelegd. Bovendien staat een autonoom individu achter hetgeen hij of zij onderneemt en gelooft hier ook in (Ryan & Deci, 2004). Autonome mensen doen daarnaast aan zelfonderzoek en kunnen hun gedrag afstemmen op hun doelen (Ng, Sorensen & Eby, 2006; Weinstein, Przybylski & Ryan, 2012).

Een essentieel aspect bij persoonlijke autonomie is de balans tussen zelfstandig handelen (onafhankelijkheid) en sociaal functioneren (verbinding en gevoeligheid voor anderen). Dit houdt in dat mensen ruimte kunnen vinden temidden van voor hen belangrijke anderen, zich voor hen kunnen afgrenzen maar tegelijkertijd ook een bevredigend contact met hen kunnen handhaven (Bekker & Assen, 2008; Bel, 2014).

(Werk)stress
Onder bepaalde omstandigheden kan afhankelijkheid het functioneren belemmeren en leiden tot psychische klachten of stoornissen. Hetzelfde geldt voor een te sterke drang naar onafhankelijkheid, waarbij mensen het contact en de verbondenheid met anderen kwijtraken.

Een te grote afhankelijkheid van de mening van andere mensen uit zich vaak in moeite met nee zeggen en grenzen stellen, en te veel aanpassen aan de (mogelijke) meningen en wensen van anderen. Dit kan op termijn tot werkstress en overbelastingsklachten leiden. Er zijn ook mensen die niet zozeer afhankelijk zijn van de mening van anderen, maar wel moeite hebben hun mond open te trekken en zich uit te spreken. Hierdoor zijn zij te weinig zichtbaar op het werk en kan de interne spanning ook flink oplopen. Andersom kunnen te assertieve werknemers door hun (te) directieve communicatie juist weer stress bij collega’s veroorzaken.

Onderzoeksresultaten laten dan ook zien dat er een samenhang is tussen autonomie en werkstress, en dat persoonlijke autonomie van invloed is op de werk-privébalans (Bekker, Willemse & Goeij, 2010; Bel, 2010).

Kans voor A&G’ers
Hier ligt een belangrijke taak en kans voor A&G-psychologen. Zij zijn bij uitstek geschikt om persoonlijke autonomie bij werkgevers onder de aandacht te brengen, in kaart te brengen en waar nodig te helpen verbeteren.

Met de Schaal voor Persoonlijke Autonomie (S.P.A) beogen wij hier een bijdrage aan te leveren.  De S.P.A. (Bel & Wees, 2017) is gebaseerd op de Vragenlijst voor Interpersoonlijk Gedrag (Oostburg, 1977) en is uitgebreid met de schaal Auteurschap. Deze schaal meet ons inziens een esssentieel aspect van persoonlijke autonomie: zelfreflectie en -bewustzijn, en de mate waarin het eigen gedrag in overeenstemming is met de eigen doelen (congruentie). We zijn dan ook verheugd dat we na twee jaar onderzoek deze test hebben kunnen hernormeren en voor de praktijk interessante resultaten kunnen presenteren.

Seksespecifieke patronen
De onderzoeksresultaten van de online vragenlijst S.P.A. laten zien dat vrouwen en mannen als geheel genomen even autonoom zijn. Er is echter sprake van twee verschillende, seksespecifieke gedragspatronen.

  • Vrouwen scoren statistisch significant hoger op sociale gevoeligheid, auteurschap en expressie van emoties. Het beeld dat hierdoor ontstaat is dat vrouwen, ongeacht leeftijd, gevoeliger zijn voor de mening van anderen en vaker hun emoties uiten dan mannen.
    Ook blijken zij significant meer geneigd te zijn tot zelfreflectie en lijken zij zelfbewuster en ‘congruenter’. Dit laatste is echter niet goed aan te geven, omdat de schaal Auteurschap niet is uitgesplitst naar zelfreflectie en –bewustzijn enerzijds, en congruentie anderzijds. Dit zal een aandachtspunt zijn in vervolgonderzoek.
  • Mannen scoren significant hoger op het beëindigen van onaangename situaties dan vrouwen. Dit geeft aan dat zij makkelijker actief ingrijpen in onaangename situaties of zonder omwegen de betrokkene(n) duidelijk maken ergens mee te stoppen. Mannen zijn ook minder sociaal gevoelig dan vrouwen en uiten in iets mindere mate hun positieve en negatieve emoties.
  • Vrouwen en mannen blijken in even grote mate in staat zichzelf iets te gunnen en complimenten te accepteren. Dit geldt eveneens voor de mate waarin zij ‘nee’ kunnen zeggen en geneigd zijn tot informeren, tegenspreken en discussiëren in sociale situaties. Ook blijkt voor zowel mannen als vrouwen het opleidingsniveau van invloed: hoger opgeleiden scoren het hoogst.
  • Opvallend is dat bij vrouwen leeftijd niet significant blijkt samen te hangen met persoonlijke autonomie, terwijl dit bij mannen juist wel het geval is. Hierbij geldt hoe ouder, hoe hoger de score op bepaalde subschalen.

Tot slot
De komende jaren zullen wij het onderzoek naar de S.P.A. verder voortzetten. Voor nu hopen wij collega’s een goed en praktisch screenings- en coachingsinstrument aan te reiken. Een instrument om werknemers te helpen werkstress te verminderen en hun functioneren te verbeteren/optimaliseren.

Literatuur

  • Bekker, M.H.J. & Assen, M.A.L.M. van (2008). Autonomy-connectedness and Gender. Sex Roles, 59(7-8), 532-544.
  • Bekker, M.H.J., Willemse, J.J.P. & Goeij, J.W.J.M. de (2010). The Role of Individual Differences in Particular Autonomy-Connectedness in Women's and Men's Work-Family Balance. Women & Health, 50(3), 241-261.
  • Bel, S.M. de (2010). Samen uit, samen thuis. Een recept om werk en zorg eerlijk te verdelen. Utrecht: Kosmos.
  • Bel, S.M. de (2014). Vrouwen, mannen en de werk-privébalans. A&O-items, 12(4).
  • Bel, S. M. de & Wees, S. van der (2017).  Handleiding Schaal voor Persoonlijke Autonomie. Den Haag: De Bel & Co.
  • Bel, S.M. de & Wees, S. van der (2017).  Autonomietest. Den Haag: De Bel & Co.
  • Ng, T.W.H., Sorensen, K.L. & Eby, L.T. (2006). Locus of control at work: a meta-analysis. Journal of Organizional Behaviour, 27, 1057-1087. doi:10.1002/job.416
  • Oostburg, R.I.M. (1977). Vragenlijst voor Interpersoonlijk Gedrag. Amsterdam.
  • Ryan, R.M. & Deci, E.L. (2004). Autonomy is no illusion: Self-determination theory and the empirical study of authenticity, awareness, and will. In J. Greenberg, S.L. Koole & T. Pyszczynski (Eds.), Handbook of experimental existential psychologie. New York: Guilford.
  • Taylor, S.E., Klein, L.C., Lewis, B.P., Grunewald, T.L., Gurung, R.A.R. & Updegraff, J.A. (2000). Biobehavioral Responses to Stress in Females: Tend-and-Befriend not Fight- or- Flight. Psychological Review, 107, 411-429.
  • Weinstein, N., Przybylski, A.K. & Ryan, R.M. (2012). The index of autonomous functioning: Development of a scale of human autonomy. Journal of Research in Personality, 46, 397-413.

Saskia de Bel, registerpsycholoog NIP/ Arbeid en Organisatie en GZ-psycholoog BIG
Suzanne van der Wees, MSc Occupational Health Psychology
Samen vormen zij De Bel & Co.

Reageren? Mail naar A&O-items.