algemeen
nip
waop
       

NIEUWSBRIEF ARBEIDS- & ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
Jaargang 11 - nr. 1 - februari 2013


De biografie van Kees Boeke -
V
oer voor (A&O-)psychologen

rendel_de_jongRendel de Jong

Kees Boeke, stichter van de Werkplaats Kindergemeenschap, was een wereldverbeteraar die zijn eigen kinderen verwaarloosde en een vijand van gezagsverhoudingen die geen tegenspraak duldde.

 

Begrijpen wij als (A&O-)psychologen zijn gedrag beter dankzij DSM-diagnostiek en termen als 'transformationeel' leiderschap? Of is het omgekeerd en komen dit soort begrippen juist tot leven dankzij een biografie?

Onlangs promoveerde historicus Daniela Hooghiemstra op een biografie van Kees Boeke. ‘Wat was onderwijsvernieuwer en wereldverbeteraar Kees Boeke voor iemand? Charismatische zonderling, dictator of allebei? In haar onderhoudende biografie laat Daniela Hooghiemstra de lezer zelf oordelen’, aldus Elsbeth Etty in NRC-Handelsblad (18 januari 2013). ‘Zij praktiseert het principe show, don’t tell. Niettemin had ik af en toe behoefte aan een medisch of psychologisch oordeel.’

Hooghiemstra legt in een interview met Jannetje Koelewijn uit (NRC Weekend, 12-13 januari 2013) dat Boeke afwisselend himmelhoch jauchzend en daarbij heel creatief was, maar dan weer zum Tode betruebt en geneigd tot opgeven. En dat zij al bladerend in handboeken wel dacht aan de diagnose ‘narcistische persoonlijkheidsstoornis’, maar niet zo in etiketten gelooft: ‘Zodra je een ziektebeeld op iemand plakt, maak je zijn verhaal dood. Daarbij zat Kees vol tegenstellingen. Net als ik dacht: wat was hij laf, of: wat een egoïst, dan deed hij weer iets waardoor dat helemaal onderuit werd gehaald.’

Juist dit prettige gebrek aan confirmation bias en tunnelvisie maakt deze biografie waardevol voor psychologen. Hooghiemstra maakte gebruik van alle informatie die er maar te vinden was. Van Kees Boeke zelf en van mensen uit zijn directe omgeving: brieven, aantekeningen, allerlei achtergrondinformatie, de vele foto’s uit het familiealbum. Niettemin ontstaat uit deze gedifferentieerde kwalitatieve 360 benadering een levendig verhaal met een duidelijk focus. Het begint met de achtergrond van het gezin van herkomst.

Beide grootvaders van Kees waren dominee. Die van zijn vader was doopsgezind, van zijn moeder hervormd. Kees’ vader volgde na een half jaar opleiding aan de opleiding voor doopsgezind predikant een technische opleiding, werd directeur van een middelbare school, was amateur-zanger en al in 1898 in het bezit van een geluidsopname-apparaat. De doopsgezinden waren pacifistisch, spaarzaam, betrouwbaar en ondernemend. En ook bij grote rijkdom geneigd tot soberheid.

Qua studiekeuze volgde Kees de omgekeerde route van zijn vader: hij deed een technische opleiding en wilde daarna zelfs in Delft promoveren op de oorzaken van metaalmoeheid. Maar toen het promotieonderzoek stagneerde werd hij aangetrokken tot de religie en zocht binnen die sfeer een baan. De positie van headmaster van een door de Engelse quakers gestichte zendingsschool in Libanon leek daar goed bij te passen.

Er waren diverse overeenkomsten tussen quakers en doopsgezinden. Ook bij hen geen hiërarchie in formele zin, verder soberheid, pacifisme, nadruk op persoonlijke geloofsbelevenis en persoonlijk geweten. Maar ook strenge collectieve normen, die met behulp van een combinatie van (zelf)discipline en strakke groepsdruk werden gehandhaafd. Alcohol was taboe.

Ondanks een slip of the tongue met betrekking tot het nuttigigen van een enkel glaasje wijn, werd Kees aangenomen. Een van de leden van de sollicitatiecommissie was Betty Cadbury, dochter van Richard Cadbury, een zeer welgestelde chocoladefabrikant in Engeland. Vader Cadbury zorgde goed voor zijn personeel, maar hield het scherp in de gaten. Niet alleen vloeken, ook zingen werd bestraft.

Betty nam Kees onder haar hoede in de periode voor zijn vertrek naar Libanon. Zij hielp hem zijn weg te vinden in de kringen van (vooraanstaande) quakers. Hij maakte daar diepe indruk. De vraag is waardoor. Naar het lijkt, ook toen al door zijn charisma: een combinatie van een sympathiek uiterlijk, gedrevenheid en niet te vergeten, betoverend mooi vioolspel. Na een voorzichtige, religieus getinte kennismakings- en verlovingsperiode vond hun huwelijk plaats en volgde Betty Kees naar Libanon.

Overeenkomsten tussen quakers en doopsgezinden waren onder meer geen hiërarchie in formele zin, geen alcohol, soberheid, pacifisme, nadruk op persoonlijke geloofsbeleving en persoonlijk geweten. Maar ook strenge collectieve normen, die met behulp van een combinatie van (zelf)discipline en strakke groepsdruk werden gehandhaafd.

Door het uitbreken van de eerste wereldoorlog moesten Kees en Betty terug naar Engeland. Daar riep Kees als straatprediker het publiek op te stoppen met de oorlog en zich voor te bereiden op de (spoedige) terugkomst van Christus. Deze boodschap viel slecht viel bij de autoriteiten, Kees werd uit Engeland verbannen. Terug in Nederland werd hij steeds radicaler. Hij deed afstand van bezit (inclusief het fortuin van Betty), weigerde belasting te betalen en hoe dan ook geld aan te raken. Op het dieptepunt dreigden vrouw en kinderen te bezwijken, midden in de winter kamperend in tochtige tenten. Uiteindelijk werden zij gered door de steun van familie en vrienden.

Ook hier weer de vraag naar het charisma van Kees. Het waren niet zozeer de idealen van Kees en Betty die sympathie wekten, maar de 'oprechtheid en betrouwbaarheid' waarmee zij die beleden, schrijft een dominee. Terwijl niemand het eens was met Kees, was er niemand ‘die niet innerlijk door hem verrijkt was’.

Bij gebrek aan passende scholen voor de kinderen begon het echtpaar zelf maar een school, de Werkplaats Kindergemeenschap. Eerder dan de leermiddelen en een uitgewerkte methodiek waren het de enthousiaste verklaringen van Kees zelf die indruk maakten bij een onderwijstentoonstelling in 1927.

Tijdens de Duitse bezetting leverden de Boekes, en in het bijzonder enkele van hun medewerkers, een belangrijke bijdrage aan het redden van Joodse kinderen. Mede daardoor werd Kees salonfaehig. De prinsessen Beatrix, Irene en Margriet gingen naar de Werkplaats, maar niet voor heel lang. Kees verloor de greep op de school en later ook op zijn persoonlijk leven. Ondanks een nieuw strakker regime bleef de Werkplaats een bijzondere school.

Er komt een bijzonder patroon naar voren in de charismatische invloed van Kees. Het lijkt niet zozeer de inhoud van de boodschap te zijn, of het duidelijk wijzen van een weg, maar de persoonlijke opstelling. Volgens Hooghiemstra was het een combinatie van fijngevoelige weerloosheid en vastberaden gedrevenheid die Kees een leger van met name vrouwelijke aanhangers opleverde.

Voor mij zelf als in leiderschap geïnteresseerde A&O-psycholoog was het waardevol om deze charismatische persoon op deze manier beschreven te zien. Er is aandacht voor de sociale en religieuze achtergrond van de hoofdpersoon, met al zijn merkwaardige gedrevenheid. En voor de reacties van de meer en minder directe omgeving, dankzij het ruime gebruik van brieven en andere persoonlijke documenten.

Ook voor (A&O)-psychologen is de biografie op deze manier een waardevolle norm van kwalitatief onderzoek, zoals recentelijk ook weer werd gedemonstreerd door Pieter van Strien in zijn Psychologie van de wetenschap (2011).

Ik denk zelf ook weer wat meer te begrijpen van mijn door doopsgezinden en quakers geïnspireerde grootouders. En van de achtergrond van de school waar ik zelf op heb gezeten.

Rendel de Jong, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, coach en adviseur, opleider bij post-masteropleidingen, als begeleider betrokken bij promotieonderzoek naar leiderschap en samenwerking in teams, Universiteit Utrecht/Koninklijke Marine.

Reageren? Mail naar A&O-items.