algemeen
nip
waop
       

NIEUWSBRIEF ARBEIDS- & ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
Jaargang 11 - nr. 1 - februari 2013


De psycholoog voor de klas (6)

Monique Bekker

Als ik de columns en artikelen lees in A&O-items valt het mij op dat de inhoud zich vooral concentreert op medewerkers in de zakelijke sector. Er is echter ook een grote groep A&O/Sociaal psychologen die werkzaam is in de onderwijssector. Zij geven bijvoorbeeld lessen psychologie in onderwijs- en gezondheidszorgopleidingen. Zelf ben ik een van deze psychologen.

Attributie(fouten) en groepsgedrag
Psycholoog Fritz Heider ontdekte (1958) dat mensen twee soorten verklaringen geven voor andermans gedrag: a) veroorzaakt door iemands persoonlijkheid of karakter (interne attributie) of b) door de situatie waarin iemand zich bevindt (externe attributie).

Het maakt voor de indruk die je van iemand hebt veel uit of het gedrag persoonsgebonden is of situatiegebonden. In dat laatste geval kunnen we ons namelijk geen eerlijke mening vormen over een ander persoon. Binnen het lesgeven of trainen met groepen is het belangrijk om je hiervan bewust te zijn.

Maken wij inderdaad nog dezelfde ‘naïeve’ gevolgtrekkingen als eerder door Heider geconstateerd, of observeren en concluderen wij veel zuiverder doordat onze kennis van deze processen groter is door onze (psychologische) kennis?

Fundamentele attributiefout
Uit Heiders werk, maar ook uit dat van latere onderzoekers, blijkt dat mensen het toeschrijven van een interne attributie verkiezen boven het toeschrijven van een externe attributie. We zijn dus geneigd om de oorzaken van iemands gedrag vooral in de persoon te zoeken en minder in de situatie. In de sociaalpsychologische literatuur wordt dit effect zo dikwijls aangetoond dat men dit verschijnsel typeert als de fundamentele attributiefout. Dit terwijl de sociale psychologie keer op keer laat zien dat de invloed van de (sociale) omgeving op mensen bijzonder krachtig kan zijn. Zelfs als de invloed van de situatie overduidelijk is, blijven mensen toch volharden in het maken van interne attributies.

Een verklaring kan zijn dat de situationele oorzaak van andermans gedrag meestal onzichtbaar voor ons is. We zijn namelijk meestal niet op de hoogte van de oorzaak van iemands gedrag en als wij die wel zouden weten, is het nog niet duidelijk hoe betrokkene de situatie interpreteert. Aan de andere kant nemen we juist wel waar wat we horen, zien en voelen, en lijkt deze informatie ‘waar’ te zijn. Hiermee overschatten we de persoonlijke oorzaken voor het gedrag, wat onze reactie op het gedrag behoorlijk kan beïnvloeden.

Een reactie op een gedragskenmerk zal meestal anders zijn dan op gedrag, veroorzaakt door een (recente) gebeurtenis. Bovendien kost het meer inspanning en bewuste aandacht om de waargenomen situatie te corrigeren. Dat proces laten we meestal gemakshalve achterwege. Hetzelfde verschijnsel doet zich ook voor bij groepen.

Een attributioneel dilemma
Als het om onszelf gaat, passen we de attributiefout - vreemd genoeg - andersom toe, verklaren we ons eigen gedrag juist uit situationele gegevens. Wij kunnen dus als trainer een groepslid bijvoorbeeld als oppervlakkig of zelfs lui ervaren, terwijl het bewuste groepslid haar gedrag toeschrijft aan het feit dat zij uit haar slaap wordt gehaald door een ziek kind. Als jouw trainersinterventie erop gericht is deze persoon meer te activeren, kan dat bij die persoon op weerstand stuiten. Zij is zelf allang blij om de bijeenkomst ‘enigszins’ te kunnen bijwonen.

Wat kun je hiermee als groepsbegeleider?
Hoewel je als docent of trainer wellicht een soort van voelspriet ontwikkelt voor het gedrag van groepsleden, ben je geen helderziende. Je kunt er dus naast zitten wanneer je het gedrag van de groep of het groepslid verklaart. Bekendheid met het fenomeen attributiefout kan je helpen om je attributies te heroverwegen en bij te stellen. Met name het bijstellen van de attributie wordt - gemakshalve - vaak overgeslagen.

Ga dus op zoek naar alternatieve verklaringen voor iemands gedrag. Betrek hier zowel de gedragskenmerken als de situatie bij. En in deze tijd waarin veel mensen publiekelijk ‘sorry’ zeggen, zul je soms moeten erkennen dat je iemands gedrag verkeerd hebt verklaard en geïnterpreteerd, en daarvoor je excuses moet maken.

Met name als je verkeerd gereageerd hebt op iemands gedrag kunnen excuses de relatie met de groep flink verbeteren. Meestal weten de groepsleden vaak beter waarom iemand zich op een bepaalde manier gedraagt dan de trainer of docent, wat sympathie voor het groepslid met zich meebrengt en onbegrip naar de trainer als deze niet juist reageert.

Beginsituatie verkennen
Iedereen die voor groepen staat weet hoe belangrijk het is om de beginsituatie te verkennen: zo kom je niet voor verrassingen te staan. Eén van die verkenningen kan zich richten op de voorgeschiedenis van de groep en/of groepsleden. Wat is er vooraf gebeurd dat invloed kan hebben op de bijeenkomst? Door hier meer aandacht aan te besteden, zul je meer oog hebben voor de situatie en kunnen attributiefouten aanzienlijk reduceren. Wanneer je vervolgens bij jezelf goed trainers- of docentgedrag intern gaat attribueren - het ligt echt aan jou en niet aan de situatie - zul je nog meer plezier gaan beleven aan trainen of lesgeven.

Literatuur
Heider, F. (1958). The psychology of interpersonal relations. New York: Wiley.

De psycholoog voor de klas (1)
De psycholoog voor de klas (2)
De psycholoog voor de klas (3)

De psycholoog voor de klas (4)
De psycholoog voor de klas (5)

Monique Bekker, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, docent/trainer in groepsdynamica bij BOC Onderwijsadvies en auteur van de boeken 'Leuker Lesgeven' en 'Focus op Groepsdynamica'.

 

Reageren? Mail naar A&O-items.