algemeen
nip
       

NIEUWSBRIEF ARBEIDS- & ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
Jaargang 14 - nr. 2 - april 2016


Tegenspraak

Peter Ambagtsheer
Een goede adviseur durft zijn klant tegen te spreken. Weliswaar is tegenspreken meestal sociaal ongewenst, maar in bepaalde kringen is het juist wel 'done'. In hogere bestuurskringen geldt tegenspraak als een soort conditio sine qua non. Elk perspectief moet namelijk worden beproefd.

Ik ken een organisatie waar het tegenspreken zelfs functioneel in de organisatie is geïntegreerd. Alle besluiten werden en worden er  bekritiseerd door een advocaat van de duivel: ‘Mijnheer de directeur, wat als ik een concurrent ben? Ik zou u op deze punten het leven zuur maken. Gelooft u het niet? Dan doen we een simulatie of voeren we eens een pittig debat. U merkt het wel.’

Dat klinkt weliswaar heel brutaal, maar het is essentieel en in de boardroom snapt men het door en door. Een levensvatbaar systeem ('viable system') heeft immers altijd killers ingebouwd die ongepaste of ziekmakende besluiten en processen kunnen uitschakelen. En dat 'killer' systeem op zichzelf moet ook weer worden gecontroleerd. Dit lijkt omslachtig, maar een besluit is pas goed als het daadwerkelijk de toets van harde kritiek heeft doorstaan.

Een organisatie deugt als degenen die de rol van criticus op zich nemen, gerespecteerd worden. Dat lukt alleen als de omgeving ‘veilig’ is en discussies rondom besluiten over de inhoud gaan en niet over personen. Natuurlijk is dat vaak moeilijk. Analytische mensen worden vaak voor kritische zeurpieten versleten. Notoire zeurpieten moeten niet het idee krijgen dat dwarsliggen per definitie nuttig is. Integendeel.

Als kritisch adviseur moet je een opdrachtgever als gesprekspartner treffen die daadwerkelijk tegen kritiek kan. Vanzelfsprekend moet je zelf als adviseur ook kritiek kunnen velen. Nou kom je in de praktijk onder adviseurs wel (heel) wat scheve-schaats-rijders tegen die geen kritiek verdragen en die hun broodheer liever naar de mond praten. Maar wie het meepraten overdrijft, lokt kritiek juist uit. Dan zal de opdrachtgever glashard het tegendeel beweren van wat je hem/haar wilt wijsmaken om te zien of je ‘om’ gaat. 

Een goede adviseur houdt zijn positie vast en laat blijken het huiswerk af te hebben.

Zo kan een opdrachtgever van je verlangen, je rapport wat 'vriendelijker' of 'compliant' te maken. Dat komt politiek beter uit. Zo'n vraag kan een test zijn, maar ook een oprecht advies: we maken allemaal weleens fouten. Misschien wil hij (zij) weten of je er wel echt voor staat. Het overkomt mij geregeld dat ik bij een opdrachtgever te horen krijg (als openingszin) ‘Peter, ik heb je rapport doorgenomen, er klopt geen hout van.’ Of: ‘Die vragenlijsten en tests, die zijn te zus en zo.’ Gewoon om te kijken hoe ik reageer. Dan komt het er op aan of alles in het rapport is doortimmerd. Dat je het kunt verdedigen.

Bovendien moet je ook nog getuigen van stevige knieën en een rechte rug. Een manager zei eens: 'Je raadt mij aan deze kandidaat een promotie te geven? Leg dat eens uit. Hij lijkt wel overspannen en staat bovenaan de ontslaglijst.' Uiteindelijk werd de kandidaat bevorderd. De manager zelf was een maand later niet meer in dienst.

Kortom, tegenspreken kan heel nuttig zijn en daarop voorbereid zijn, vind ik wel zo professioneel. Maar kritische tegenspraak is geen wondermiddel. In de acquisitie ligt het gevoelig en kost het mij soms een opdrachtgever. Dat is dan onvermijdelijke nevenschade. Want als een opdrachtgever een adviseur inhuurt, zoekt die kennis die hij of zij zelf niet heeft. Dus is het vreemd dat die het beter meent te weten dan de adviseur. Kortom: geef je opdrachtgever niet zomaar gelijk. Ook niet omwille van een opdracht.

Moet ik een psycholoog inhuren, Peter?

Ik kan het iedereen aanraden. Al is het maar om het genot van een welgemeend weerwoord.

Peter Ambagtsheer, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, heeft een A&O-adviespraktijk Mentaspex te Apeldoorn.

Reageren? Mail naar A&O-items.