algemeen
nip
       

NIEUWSBRIEF ARBEIDS- & ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
Jaargang 12 - nr. 2 - april 2014


Vertrouwen

Marjon Bohré
Vertrouwen: het is er of het is er niet. Is het er, dan hoeven we er niet over te praten. Is het er niet, dan durven we er niet over te praten. Wat kun je doen om vertrouwen te vergroten?

Vertrouwen is kwetsbaar. Als ik jou vertrouw, dan maak ik mijzelf afhankelijk van jouw acties. Ik vertrouw je letterlijk iets toe. Een geheim, mijn reputatie, of een project dat voor mij belangrijk is. Ik reken erop dat jij daaraan bijdraagt. Of daar op zijn minst zorgvuldig mee omgaat. Daar vertrouw ik op.

In organisaties waar effectiviteit wordt belemmerd door conflict, stagnatie, cynisme en angst is het onderliggende probleem vaak een gebrek aan onderling vertrouwen. Andersom vind je in succesvolle organisaties vaak een basis van goede onderlinge relaties en vertrouwen. Vertrouwen is daarmee een sleutelfactor in het bereiken van goede resultaten. En zo’n belangrijk aspect is te belangrijk om daar niet bewust aan te werken.

Vertrouwen is vaak een vaag en algemeen begrip. We beoordelen vaak onbewust of we iemand kunnen vertrouwen. En daarna zoeken we naar bevestiging van ons oordeel. Maar begrijpen wat vertrouwen is, is nodig om te weten wat je concreet kunt doen om vertrouwen in relaties te onderhouden en te versterken. Zodat je stappen kunt zetten op weg naar het bereiken van betere resultaten. Dat vereist de concrete vertaling van het algemene woord vertrouwen, de ontwikkeling van een gezamenlijke taal en gedragsvoorbeelden.

Charles Feltman (2009) beschrijft in zijn Thin Book of Trust hoe je dat kunt doen in de context van organisaties. Welke elementen we gebruiken om in te schatten of iemand ons vertrouwen waard is. Dit zijn ze:

  1. Oprechtheid
    Ben je eerlijk? Zeg je wat je meent en meen je wat je zegt? Dan kan ik je geloven en serieus nemen. En als je je mening geeft, weet ik dat die valide is, dat ik er iets mee kan en dat je mening onderbouwd is. Bovendien merk ik dat er geen verschil is tussen je daden en je woorden. Als ik keer op keer bemerk dat je woorden en daden in overeenstemming zijn, in verschillende contexten, dan groeit mijn vertrouwen.
  2. Betrouwbaarheid
    Hou je je aan je afspraken en kom je je beloftes na? Dit is vaak de meest expliciete norm waarlangs wij vertrouwen ‘meten’. Als iemand zijn toezeggingen nakomt, vergroot dat direct ons vertrouwen. Wij kunnen van hem of haar op aan. Maar soms ligt het subtieler. Je weet dat iedereen wel eens een afspraak moet afzeggen. Of een belofte niet kan nakomen. Dat hoeft geen deuk in het vertrouwen op te leveren, zo lang je tijdig de ander informeert en betrekt bij het zoeken naar een alternatief.
  3. Competentie
    Soms aarzel je of iemand je vertrouwen waard is. Of hij het aankan. Ik weet zeker dat mijn tandarts verstand heeft van gaatjes vullen. Dus vertrouw ik hem mijn gebit toe als ik klachten heb. Ik weet ook zeker dat mijn buurman geen verstand heeft van opereren. Dus als ik een blindedarmoperatie nodig heb, ga ik niet naar hem.
    Ben je in staat te doen wat van je verwacht wordt? Heb je de vaardigheden, de kennis, de capaciteiten en de middelen om te doen wat je me toezegt? Vertrouwen in competentie wordt in stapjes opgebouwd. Als blijkt dat iemand een deel van de taak goed uitvoert, dan groeit je vertrouwen en kun je de volgende keer meer overlaten.
  4. Betrokkenheid
    Ben je betrokken bij mij? Heb je oprechte interesse in mij? Kan ik erop vertrouwen dat je mijn belang op het oog hebt? Dat je, naast je eigenbelang en het teambelang ook mijn persoonlijke belang kent en vertegenwoordigt? Of, als je mijn belang niet kunt laten prevaleren, vertel je mij dan waarom je aan een ander belang prioriteit hebt gegeven?

Alle vier de elementen samen bepalen of ik je vertrouwen kan. En net zo wordt het vertrouwen van anderen in mij door deze bouwstenen bepaald. Maar het laatste element, betrokkenheid, is vaak cruciaal in deze beoordeling. Als je eigenbelang altijd vooropstaat, kun je nog zo oprecht, betrouwbaar en competent zijn, het vertrouwen zal niet groeien. Andersom geldt dat als je het belang van anderen zorgvuldig meeneemt in je afwegingen, dan zal het vertrouwen in jou steeds groter worden.

Deze vier elementen geven inzicht. In hoe wij anderen beoordelen, maar ook waarom anderen ons wel of niet vertrouwen. Daardoor kunnen we bewust werken aan het vergroten van vertrouwen in organisaties en daarover met elkaar oprechte gesprekken voeren. En dat levert vervolgens weer meer vertrouwen op. Een positieve spiraal die begint met begrip voor elkaar en met inzicht in de elementen van vertrouwen.

Literatuur
Feltman, C. (2009). The Thin Book of Trust. An Essential Primer for Building Trust at Work. Bend: Thin Book.

Drs. ir. Marjon Bohré-den Harder is bedrijfskundige en geregistreerd A&O-psycholoog NIP en werkt als organisatiecoach. Zij helpt mensen en organisaties meer veerkracht te ontwikkelen. Zie www.bubozzz.com.

Reageren? Mail naar A&O-items.