achtergrondfiguurAlgemeen0202
logo_nip03
logo_waop03

NIEUWSBRIEF ARBEIDS- & ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
Jaargang 3 - nr. 2 - april 2005

De psychologie in de uitverkoop?

Door Lex Karstens
Enerzijds gerustgesteld, anderzijds niet, zo kan ik mijn gevoel beschrijven nadat ik in De Psycholoog van februari kennis had genomen van het NIP-standpunt betreffende de hbo-opleiding psychologie. Ik citeer: ’Het hbo is per definitie niet in staat een psychologieopleiding te verzorgen. Een dergelijke opleiding past niet in de aard van het hbo en moet daarom worden voorbehouden aan de universiteiten.’ Gerustgesteld omdat gezond verstand lijkt te zegevieren, tegelijkertijd ook niet, omdat het te gek voor woorden is dat het NIP een hbo-variant op de universitaire bachelor psychologie niet zonder meer afwees. Meer dan een pagina heeft het NIP nodig om uiteen te zetten hoe de revisie van het aanvankelijk afwachtend positieve oordeel over de hbo-opleiding psychologie tot stand is gekomen.

Ik denk wel eens vaker dat de wereld om mij heen dom is, maar bij het NIP verwacht je toch meer weldenkendheid? Het NIP heeft gewoon zitten slapen of zich om andere redenen indertijd tot een onkritisch, inhoudsloos standpunt beperkt. Maar goed, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald: het NIP is weer wakker en trekt aan de bel. Kennelijk wel wat laat, getuige het feit dat het NIP ‘de ontwikkeling inmiddels schadelijk vindt.’

Maar hoe doen wij psychologen het in het veld? Zijn we daar dan wel kritisch en waken we over onze professie? Of dreigen we deze op een vergelijkbaar stupide manier te verkwanselen en bewijzen wij daarmee het bestaansrecht van pseudo-psychologieopleidingen? Een drietal voorbeelden uit de praktijk, ter illustratie.

In de eeuwigdurende strijd van P&O’ers om binnen hun organisatie op een meer strategisch-beleidsmatig niveau mee te mogen praten, lijkt een kentering plaats te vinden. Moe van het uitleggen van de zoveelste wijziging in het lease-reglement, ontstaat een soort preoccupatie met alles wat de professionele status kan verhogen. Hier ligt kennelijk een kans. Kent u nog P&O’ers die níet zelf psychologische tests afnemen, de scores interpreteren en hun ‘slachtoffers’ op pad sturen met een set kwalificaties, inclusief een advies voor een gelukkig leven?

Zo trof ik in mijn diagnostische praktijk onlangs een cliënt die zijn zorgen uitte over zijn hoge score op introversie en het daaraan gekoppelde negatieve beeld van P&O met betrekking tot zijn geschiktheid. Let wel: het betrof de uitkomst van een door P&O afgenomen persoonlijkheidsvragenlijst. Ik heb hem verzekerd van mijn autonome oordeelsvorming en los daarvan verteld dat er heel wat introverte mensen rondlopen die prima (lees: adequaat) extravert gedrag kunnen tonen. Dit gaf enige opluchting.

P&O dat een leuk speeltje heeft ontdekt, bij gebrek aan beter? Gestimuleerd door welke opleidingen ook alweer? Het zal allemaal wel, maar hier ligt toch echt een taak voor de psycholoog.

Tweede voorbeeld: vorig jaar voerde ik een onderhandeling met de centrale inkoper van een groot concern. Het betrof een raamcontract waarin tarieven van de assesssment-praktijk voor 2005 vastgelegd zouden worden. Kritische factor voor de inkoper was het tarief voor potentieelbeoordelingen van interne kandidaten op directieniveau. Hij wenste het lagere tarief, gekoppeld aan het selecteren van externe kandidaten voor vergelijkbare functies. Vervolgens heb ik hem geïnformeerd over enkele veranderingen binnen zijn eigen organisatie, namelijk dat P&O tegenwoordig vooral druk lijkt met het afnemen van tests en het op hol jagen van medewerkers. (‘U bent wel erg introvert!’) Een deel van het werk van zijn mensen wordt inmiddels extern gedaan. Ik besteed in elk geval steeds meer tijd aan het beantwoorden van vragen die eigenlijk intern beantwoord hadden moeten zijn. Vandaar het prijsverschil. Ik zal u de herkenning van de inkoper besparen: het contract is ongewijzigd getekend.

Tot slot het voorbeeld van de zeer betrokken P&O’er (hbo-niveau) die zich door het volgen van talloze opleidingen gecertificeerd wist voor een populaire persoonlijkheidsvragenlijst. Zijn lust en zijn leven, deze vragenlijst. Kandidaten kunnen dan ook rekenen op psychologische reflecties die ik met een complete testbatterij nog niet bij elkaar verzonnen krijg. Vooral de psycho-analytische uitweidingen, waarvan ik enkele voorbeelden heb mogen zien, zijn wat mij betreft onovertroffen.

Goed, psychologen in het veld, hoe staan wij er nu voor? En wat doen we er aan? De gepresenteerde voorbeelden staan natuurlijk niet op zichzelf, om ons heen wordt al geruime tijd druk geëxperimenteerd. De vercommercialisering en popularisering van het vak zijn al jaren een feit. En voor het gebruik van psychologische instrumenten op Libelle-niveau geldt hetzelfde. Maar laten wij dit niet allemaal zelf gebeuren? Een leegte vult zich vanzelf, toch?

Misschien moet ik terugkomen op mijn aanvankelijke kritiek op het NIP: zowel het NIP als ikzelf overschat hoogstwaarschijnlijk het vermogen van onze professie om pseudo-bewegingen buiten de deur te houden. Een formeel standpunt gekoppeld aan de academische eis is gewoonweg een conditio sine qua non, ‘ter bescherming van’. Ik zou liever op een andere wijze mijn meerwaarde aantonen, maar herken de wanhoop van het NIP. Met het huidige psychologencollectief lukt het kennelijk gewoonweg niet.

Lex Karstens is werkzaam bij GITP in Tilburg

Wilt u reageren op deze column? Stuur dan een e-mail naar de redactie (mailto:ao-items@psynip.nl).

 

[AenO-items] [AenOapril2005]